Hekserij, demonen, gekkenhuizen en hersenoperaties: denkbeelden over psychopathologie, hebben een dynamische en veranderlijke geschiedenis achter zich liggen, net als de bijbehorende behandelingen. Hoe werden de technieken vroeger ingezet, en welke rol spelen ze vandaag in de psychiatrie?

Hekserij, demonen, gekkenhuizen en hersenoperaties: denkbeelden over psychopathologie, hebben een dynamische en veranderlijke geschiedenis achter zich liggen, net als de bijbehorende behandelingen. Hoe werden de technieken vroeger ingezet, en welke rol spelen ze vandaag in de psychiatrie?

Illustratie: Nina Kollof

Toen Anne Green in 1650 naar de galg in de kasteeltuin van Oxford, Engeland liep, moet ze zich bang, boos en gefrustreerd hebben gevoeld. Ze stond op het punt geëxecuteerd te worden voor een misdaad die ze niet gepleegd had: de moord op haar doodgeboren kindje. Veel gedachten zullen door haar hoofd hebben gespookt, maar ‘ik sta aan de voet van een revolutionaire verandering binnen de denkwijze van de klinische neurologie en neuroanatomie’ was er zeker niet een van, al zou dat achteraf een accurate gedachte zijn. Ze pleitte haar onschuld voor het publiek, priesters lazen haar een laatste gebed voor en ze werd opgehangen. Anne hing daar voor ongeveer een half uur, tot de artsen Thomas Willis en William Petty haar naar beneden haalden, haar dood verklaarden en in een kist legden. Dit was het moment dat haar geluk aanzienlijk toenam. Willis en Petty hadden toestemming van Koning Karel I om lichamen van criminelen na hun dood te onderzoeken, en dus werd Anne niet begraven maar meegenomen naar hun onderzoeksruimte. Een post-mortem autopsie vond echter niet plaats, vanuit de kist kwam een rommelig geluid: Anne leefde! Met als doel Anna’s gezondheid te verbeteren, goten de artsen alcoholische vloeistoffen in haar mond, lieten haar hoesten en masseerden haar handen en voeten. Na vijf dagen bedlegerig te zijn, kon ze weer lopen en normaal eten. In Engeland zijn veel publicaties geschreven over dit miraculeuze verhaal, wat weer leidde tot financiële bijdragen die Willis gebruikte voor zijn ideeën voor neurologisch onderzoek. Hij werd een van de beste artsen uit zijn tijd en was – mede door deze wonderbaarlijke ervaring – de eerste anatomist die afwijkend gedrag linkte aan veranderingen in hersenstructuur (Kring, Davison, Johnson, & Neale, 2017).

“Sommige culturen geloofden dat kwade geesten waanzin veroorzaakten”

Dit opmerkelijke verhaal stond aan het begin van een neurologisch perspectief op psychopathologie. We gaan verder terug de geschiedenis in en beginnen het verhaal nog voor onze jaartelling: we vangen aan in de oudheid waar geneeskunde deel uitmaakt van een magisch mythologisch wereldbeeld. Men schreef ziekte in die tijd toe aan oergeesten, natuurgeesten, demonen of aan geesten van overleden voorouders, die uit onvrede of wraakzucht het lichaam of een deel van het lichaam in bezit namen (Bauwens, 2008). Sommige culturen geloofden dat kwade geesten waanzin veroorzaakten in het hoofd van geesteszieken. Door een schedelboring met een vuursteen (of later een boor) gaf men de geest de gelegenheid uit het hoofd van de zieke te ontsnappen, een proces dat trepanatie werd genoemd. Het idee dat mythologie en geesten ten grondslag zouden liggen aan afwijkende gedachten en gedragingen was wijdverspreid. Het is pas rond 770 voor Christus dat we in Griekenland een ander geluid horen. Hippocrates, beschouwd als grondlegger van de
geneeskunde, verwierp het idee van heersende demonen en dominerende geesten. Mentale verstoringen zouden natuurlijke oorzaken hebben en moeten worden behandeld zoals de griep, verkoudheid of andere fysiologische ziektes (Kring et al., 2017). Bovendien zag Hippocrates het brein als een orgaan van bewustzijn, intellectueel leven en emoties, wat betekende dat verstoord denken en verstoord gedrag indicaties waren van een vorm van hersenpathologie. Vandaag de dag wordt Hippocrates nog steeds beschouwd als een van de eerste wetenschappers die een veranderde hersenstructuur koppelde aan verstoorde gedachten en gedragingen.

Waar in de oudheid een begin werd gemaakt met het toekennen van fysiologische aspecten als achterliggende oorzaken van psychologische problematiek, werd in de middeleeuwen een stap terug gezet op de wetenschappelijke tijdlijn. De Griekse en Romeinse samenlevingen waren verdwenen en de kerk had een enorme invloed vergaard. Alle veranderingen en omstandigheden buiten de invloed van de mens (zoals aardbevingen, vuur, stormen en ziekten) werden gezien als bovennatuurlijk (Bauwens, 2008). Ook afwijkend gedrag zag men als onnatuurlijk en bovendien heerste de opvatting dat verstoord gedrag een reflectie was van de ontevredenheid van God. Een andere – in die tijd gangbare – verklaring was dat demonen een lichaam overnamen en dit (net als het gedrag van de persoon) controleerden (Gazzaniga, Ivry, & Mangun, 2013). Dit kreeg de naam demonologie en leidde uiteindelijk tot exorcisme, het behandelen van bezeten lichamen door middel van rituelen die kwade geesten uit het lichaam moesten verjagen. Als het slachtoffer geluk had, bleef deze uitdrijving bij bidden, het blootstellen aan extreme geluiden en het drinken van zelfgebrouwen drankjes. Vaak waren de maatregelen echter extremer en werd de ‘bezetene’ uitgehongerd of geslagen met stokken.

“Lobotomie: een ingreep waarbij artsen de zenuwbanen vanaf de cortex doorsnijden”

We stappen uit de middeleeuwen en maken een sprong vooruit naar een tijd waar psychisch afwijkend gedrag als ziekte werd erkend. Op het eerste gezicht lijkt dit een grote vooruitgang ten opzichte van de middeleeuwen, helaas in dit geval wel een vooruitgang met een zwarte rand. Rond het jaar 1600 bouwde men overal in Europa krankzinnigengestichten of ‘gekkenhuizen’. In de gestichten woonden zowel bedelaars als ‘geestelijk gestoorden’ en de levensomstandigheden waren er erbarmelijk (Nevid, Rathus, & Greene, 2016). De bewoners lagen vastgeketend aan hun bed en leefden in hun eigen vuil, of ze zwierven zonder enig toezicht over het terrein. Hoewel psychische ziekten werden erkend, beschouwde de maatschappij een individu met een psychische ziekte als een enorme last en
niet waardig voor een behandeling.

Nu we in vogelvlucht door de geschiedenis van denkbeelden binnen de psychopathologie zijn gegaan, slaan we een zijweg in richting chirurgische behandelingen voor psychische stoornissen. In 1936 introduceerde de Amerikaanse arts J. Freeman lobotomie. Een invasieve en vrij lugubere ingreep waarbij artsen de zenuwbanen van de cortex naar een dieper gelegen hersengebied, de thalamus, doorsneden (Gostin, 1980). Zij voerden dit uit door middel van het boren van gaten in de schedel, en later door een instrument boven de oogbol de schedel in te drijven en dit vervolgens in de hersenen heen en weer te bewegen. Deze methode zou volgens Freeman effectief zijn omdat de thalamus emotionele gevoelens zoals depressie, agressie, slapeloosheid of zelfmoordneigingen zou overbrengen naar de hersenschors. Patiënten met bijvoorbeeld agressieproblemen, psychoses of ‘lastig gedrag’ zouden na het ondergaan van deze operatie volledig genezen, aldus Freeman. Een van de eerste patiënten was de 63-jarige Alice Hammatt, zij leed aan driftbuien, depressie en slapeloosheid. Om haar van haar problemen af te helpen, boorden Freeman en collega’s zes gaten in haar schedel. De artsen brachten laesies aan in hersengebieden en sneden de zenuwbanen door. De vier uur durende operatie was volgens Freeman een succes: Mrs. Hammatt gaat weer met plezier naar het theater en leeft nog vijf jaar lang en gelukkig. Later keert het tij voor de nieuwe behandeling: in 1941 vraagt politicus Joseph Kennedy of Freeman een lobotomie uit wil voeren op zijn 23-jarige dochter. Ze zou opstandig zijn, slecht kunnen leren en driftbuien hebben. Rosemary is Freemans 66e patiënt en de lobotomie loopt uit op een faliekante mislukking. De patiënte loopt zoveel hersenletsel op dat ze nauwelijks meer kan spreken, incontinent wordt en de rest van haar leven verzorging nodig heeft. Deze gebeurtenis is een pijnlijke weerlegging van Freemans eerdere uitspraak ‘Iedere verdomde gek, zelfs een ziekenhuispsychiater kan het [lobotomie, red.] in een middag leren’. Freeman zag de behandeling als een handig kunstje om lastige patiënten tot rust te brengen. Voor de variatie verrichtte hij de operatie soms met zijn linkerhand of gebruikte hij een timmermanshamer. Soms stopte hij even om foto’s te maken.

“De patiënt tekent het voorwerp dat hij zegt niet gezien te hebben, zonder moeite”

Vanuit deze lugubere en onethische neurochirurgische methode zijn we aangekomen bij verfraaide moderne technieken die worden ingezet bij neurologische ziekten zoals parkinson of epilepsie. Een patiënt die aan een zware en onbehandelbare vorm van epilepsie lijdt, kan worden geopereerd. Deze operatie heet een callosotomie (wordt ook wel split-brain surgery genoemd) en bestaat uit het doorsnijden van de corpus callosum, de hoofdverbinding tussen de linker en rechterhersenhelft (Gazzaniga, et al., 2013). Het idee hierachter was om de elektrische impulsen die de epileptische aanvallen veroorzaken, niet de kans geven te verspreiden naar de andere hemisfeer. Dit bleek zeer effectief te zijn, omdat er bij de geopereerde patiënten geen epileptische aanvallen meer plaatsvonden die zich over beide hersenhelften generaliseerden. Naast het aanzienlijke gewin van deze ingreep, heeft de operatie ook een keerzijde. Omdat de verbinding tussen de twee hemisferen wordt doorgesneden, kan informatie van de linkerhelft de rechterhelft niet meer bereiken, en vice versa. Dit leidt tot interessante bevindingen. Op het moment dat een split-brain-patiënt in zijn linker visuele veld een woord leest, wordt dit in zijn rechterhemisfeer verwerkt. Taalproductie zit in de meeste gevallen gelokaliseerd in de linkerhemisfeer, waardoor de patiënt dit woord niet kan uitspreken omdat de informatie van zijn rechterhemisfeer zijn linkerhemisfeer niet meer kan bereiken. Niet alleen kan de patiënt niet vertellen welk woord hij gezien heeft, hij zegt zelfs niets gezien te hebben! Het wordt nog interessanter wanneer de patiënt met zijn linkerhand (aangestuurd door zijn rechterhemisfeer) gaat tekenen. Hij tekent het voorwerp wat hij naar eigen zeggen niet gelezen heeft, zonder enige moeite.

Een alternatieve chirurgische benadering is Deep Brain Stimulation (DBS). Dit is een behandelmethode die onder andere gebruikt wordt om parkinson(isme) mee te behandelen. Met deze techniek worden elektroden geïmplanteerd in de substantia nigra, een gebied in de basale ganglia. Daaropvolgend worden elektrische signalen geproduceerd die de neurale activiteit stimuleren, waardoor parkinson-symptomen zoals trillen, moeite met starten van spontane bewegingen en rigiditeit verminderen. De reden waarom DBS zo goed werkt bij de ziekte van Parkinson, blijft voor nu een mysterie (Gradinaru, Thompson, Henderson, & Deisseroth, 2009), desalniettemin wordt deze moderne behandelvorm steeds populairder binnen de neuropsychologische wetenschappen. Bovendien zijn de resultaten waar een hevig trillende parkinsonpatiënt plotseling heel kalm is na het aanzetten van het DBS apparaat, prachtig om te zien.

Nu we aan het einde zijn gekomen van een korte reis door de geschiedenis van de psychochirurgie, kunnen we concluderen dat er veel veranderd is binnen de dominante denkbeelden en behandelmethoden in deze discipline. Vandaag de dag worden psychische ziekten erkend en lopen wij niet meer het risico beschuldigd te worden van een inwonende demoon die met genadeloze stokslagen uitgedreven zou moeten worden. Bovendien kunnen veel patiënten met neurologische ziekten nu geholpen worden door middel van neurochirurgische technieken, die tevens interessante en exceptionele onderzoeksresultaten laten zien. Ik denk dat het veilig is om te zeggen dat wij een boeiende geschiedenis achter ons hebben liggen en we – met een blik op de huidige technieken – veel mogelijkheden op wetenschappelijk gebied in de toekomst kunnen verwachten. <<

Bronnen

– [Afbeelding] Opgehaald op 4 december 2019 van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Turning_the_Mind_Inside_Out_Satur-day_Evening_Post_24_May_1941_a_detail_1.jpg/.
– Bauwens, N. (2008). De (r)evolutie van repressiemiddelen en dwangmaatregels in psychiatrische instellingen van 1850 tot heden. Geraadpleegd van https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/299/327/RUG01-001299327_2010_0001_A.pdf/.
– Gazzaniga, M., Ivry, R. B., & Mangun, G. R. (2013). Cognitive Neuroscience: The Biology of the Mind (4de editie). New York: W. W. Norton.
– Gostin LO. (1980). Ethical considerations of psychosurgery: the unhappy legacy of the pre-frontal lobotomy. J Med Ethics., 6, 149-54.
– Gradinaru, V., Mogri, M., Thompson, K. R., Henderson, J. M., & Deisseroth, K. (2009). Optical deconstruction of parkinsonian neural
circuitry. science, 324(5925), 354-359.
– M. Kring, A. M., C. Davison, G. C., L. Johnson, S. L., & M. Neale, J. M. (2017). Abnormal Psychology: The Science and Treatment of Psychological Disorders (13de editie). United Kingdom: Wiley.
– Nevid, J. S., Rathus, S. A., & Greene, B. (2016). Psychiatrie een Inleiding (Herz. ed.). Amsterdam, Nederland: Pearson Benelux.

Toen Anne Green in 1650 naar de galg in de kasteeltuin van Oxford, Engeland liep, moet ze zich bang, boos en gefrustreerd hebben gevoeld. Ze stond op het punt geëxecuteerd te worden voor een misdaad die ze niet gepleegd had: de moord op haar doodgeboren kindje. Veel gedachten zullen door haar hoofd hebben gespookt, maar ‘ik sta aan de voet van een revolutionaire verandering binnen de denkwijze van de klinische neurologie en neuroanatomie’ was er zeker niet een van, al zou dat achteraf een accurate gedachte zijn. Ze pleitte haar onschuld voor het publiek, priesters lazen haar een laatste gebed voor en ze werd opgehangen. Anne hing daar voor ongeveer een half uur, tot de artsen Thomas Willis en William Petty haar naar beneden haalden, haar dood verklaarden en in een kist legden. Dit was het moment dat haar geluk aanzienlijk toenam. Willis en Petty hadden toestemming van Koning Karel I om lichamen van criminelen na hun dood te onderzoeken, en dus werd Anne niet begraven maar meegenomen naar hun onderzoeksruimte. Een post-mortem autopsie vond echter niet plaats, vanuit de kist kwam een rommelig geluid: Anne leefde! Met als doel Anna’s gezondheid te verbeteren, goten de artsen alcoholische vloeistoffen in haar mond, lieten haar hoesten en masseerden haar handen en voeten. Na vijf dagen bedlegerig te zijn, kon ze weer lopen en normaal eten. In Engeland zijn veel publicaties geschreven over dit miraculeuze verhaal, wat weer leidde tot financiële bijdragen die Willis gebruikte voor zijn ideeën voor neurologisch onderzoek. Hij werd een van de beste artsen uit zijn tijd en was – mede door deze wonderbaarlijke ervaring – de eerste anatomist die afwijkend gedrag linkte aan veranderingen in hersenstructuur (Kring, Davison, Johnson, & Neale, 2017).

“Sommige culturen geloofden dat kwade geesten waanzin veroorzaakten”

Dit opmerkelijke verhaal stond aan het begin van een neurologisch perspectief op psychopathologie. We gaan verder terug de geschiedenis in en beginnen het verhaal nog voor onze jaartelling: we vangen aan in de oudheid waar geneeskunde deel uitmaakt van een magisch mythologisch wereldbeeld. Men schreef ziekte in die tijd toe aan oergeesten, natuurgeesten, demonen of aan geesten van overleden voorouders, die uit onvrede of wraakzucht het lichaam of een deel van het lichaam in bezit namen (Bauwens, 2008). Sommige culturen geloofden dat kwade geesten waanzin veroorzaakten in het hoofd van geesteszieken. Door een schedelboring met een vuursteen (of later een boor) gaf men de geest de gelegenheid uit het hoofd van de zieke te ontsnappen, een proces dat trepanatie werd genoemd. Het idee dat mythologie en geesten ten grondslag zouden liggen aan afwijkende gedachten en gedragingen was wijdverspreid. Het is pas rond 770 voor Christus dat we in Griekenland een ander geluid horen. Hippocrates, beschouwd als grondlegger van de geneeskunde, verwierp het idee van heersende demonen en dominerende geesten. Mentale verstoringen zouden natuurlijke oorzaken hebben en moeten worden behandeld zoals de griep, verkoudheid of andere fysiologische ziektes (Kring et al., 2017). Bovendien zag Hippocrates het brein als een orgaan van bewustzijn, intellectueel leven en emoties, wat betekende dat verstoord denken en verstoord gedrag indicaties waren van een vorm van hersenpathologie. Vandaag de dag wordt Hippocrates nog steeds beschouwd als een van de eerste wetenschappers die een veranderde hersenstructuur koppelde aan verstoorde gedachten en gedragingen.

Waar in de oudheid een begin werd gemaakt met het toekennen van fysiologische aspecten als achterliggende oorzaken van psychologische problematiek, werd in de middeleeuwen een stap terug gezet op de wetenschappelijke tijdlijn. De Griekse en Romeinse samenlevingen waren verdwenen en de kerk had een enorme invloed vergaard. Alle veranderingen en omstandigheden buiten de invloed van de mens (zoals aardbevingen, vuur, stormen en ziekten) werden gezien als bovennatuurlijk (Bauwens, 2008). Ook afwijkend gedrag zag men als onnatuurlijk en bovendien heerste de opvatting dat verstoord gedrag een reflectie was van de ontevredenheid van God. Een andere – in die tijd gangbare – verklaring was dat demonen een lichaam overnamen en dit (net als het gedrag van de persoon) controleerden (Gazzaniga, Ivry, & Mangun, 2013). Dit kreeg de naam demonologie en leidde uiteindelijk tot exorcisme, het behandelen van bezeten lichamen door middel van rituelen die kwade geesten uit het lichaam moesten verjagen. Als het slachtoffer geluk had, bleef deze uitdrijving bij bidden, het blootstellen aan extreme geluiden en het drinken van zelfgebrouwen drankjes. Vaak waren de maatregelen echter extremer en werd de ‘bezetene’ uitgehongerd of geslagen met stokken.

“Lobotomie: een ingreep waarbij artsen de zenuwbanen vanaf de cortex doorsnijden”

We stappen uit de middeleeuwen en maken een sprong vooruit naar een tijd waar psychisch afwijkend gedrag als ziekte werd erkend. Op het eerste gezicht lijkt dit een grote vooruitgang ten opzichte van de middeleeuwen, helaas in dit geval wel een vooruitgang met een zwarte rand. Rond het jaar 1600 bouwde men overal in Europa krankzinnigengestichten of ‘gekkenhuizen’. In de gestichten woonden zowel bedelaars als ‘geestelijk gestoorden’ en de levensomstandigheden waren er erbarmelijk (Nevid, Rathus, & Greene, 2016). De bewoners lagen vastgeketend aan hun bed en leefden in hun eigen vuil, of ze zwierven zonder enig toezicht over het terrein. Hoewel psychische ziekten werden erkend, beschouwde de maatschappij een individu met een psychische ziekte als een enorme last en
niet waardig voor een behandeling.

Nu we in vogelvlucht door de geschiedenis van denkbeelden binnen de psychopathologie zijn gegaan, slaan we een zijweg in richting chirurgische behandelingen voor psychische stoornissen. In 1936 introduceerde de Amerikaanse arts J. Freeman lobotomie. Een invasieve en vrij lugubere ingreep waarbij artsen de zenuwbanen van de cortex naar een dieper gelegen hersengebied, de thalamus, doorsneden (Gostin, 1980). Zij voerden dit uit door middel van het boren van gaten in de schedel, en later door een instrument boven de oogbol de schedel in te drijven en dit vervolgens in de hersenen heen en weer te bewegen. Deze methode zou volgens Freeman effectief zijn omdat de thalamus emotionele gevoelens zoals depressie, agressie, slapeloosheid of zelfmoordneigingen zou overbrengen naar de hersenschors. Patiënten met bijvoorbeeld agressieproblemen, psychoses of ‘lastig gedrag’ zouden na het ondergaan van deze operatie volledig genezen, aldus Freeman. Een van de eerste patiënten was de 63-jarige Alice Hammatt, zij leed aan driftbuien, depressie en slapeloosheid. Om haar van haar problemen af te helpen, boorden Freeman en collega’s zes gaten in haar schedel. De artsen brachten laesies aan in hersengebieden en sneden de zenuwbanen door. De vier uur durende operatie was volgens Freeman een succes: Mrs. Hammatt gaat weer met plezier naar het theater en leeft nog vijf jaar lang en gelukkig. Later keert het tij voor de nieuwe behandeling: in 1941 vraagt politicus Joseph Kennedy of Freeman een lobotomie uit wil voeren op zijn 23-jarige dochter. Ze zou opstandig zijn, slecht kunnen leren en driftbuien hebben. Rosemary is Freemans 66e patiënt en de lobotomie loopt uit op een faliekante mislukking. De patiënte loopt zoveel hersenletsel op dat ze nauwelijks meer kan spreken, incontinent wordt en de rest van haar leven verzorging nodig heeft. Deze gebeurtenis is een pijnlijke weerlegging van Freemans eerdere uitspraak ‘Iedere verdomde gek, zelfs een ziekenhuispsychiater kan het [lobotomie, red.] in een middag leren’. Freeman zag de behandeling als een handig kunstje om lastige patiënten tot rust te brengen. Voor de variatie verrichtte hij de operatie soms met zijn linkerhand of gebruikte hij een timmermanshamer. Soms stopte hij even om foto’s te maken.

“De patiënt tekent het voorwerp dat hij zegt niet gezien te hebben, zonder moeite”

Vanuit deze lugubere en onethische neurochirurgische methode zijn we aangekomen bij verfraaide moderne technieken die worden ingezet bij neurologische ziekten zoals parkinson of epilepsie. Een patiënt die aan een zware en onbehandelbare vorm van epilepsie lijdt, kan worden geopereerd. Deze operatie heet een callosotomie (wordt ook wel split-brain surgery genoemd) en bestaat uit het doorsnijden van de corpus callosum, de hoofdverbinding tussen de linker en rechterhersenhelft (Gazzaniga, et al., 2013). Het idee hierachter was om de elektrische impulsen die de epileptische aanvallen veroorzaken, niet de kans geven te verspreiden naar de andere hemisfeer. Dit bleek zeer effectief te zijn, omdat er bij de geopereerde patiënten geen epileptische aanvallen meer plaatsvonden die zich over beide hersenhelften generaliseerden. Naast het aanzienlijke gewin van deze ingreep, heeft de operatie ook een keerzijde. Omdat de verbinding tussen de twee hemisferen wordt doorgesneden, kan informatie van de linkerhelft de rechterhelft niet meer bereiken, en vice versa. Dit leidt tot interessante bevindingen. Op het moment dat een split-brain-patiënt in zijn linker visuele veld een woord leest, wordt dit in zijn rechterhemisfeer verwerkt. Taalproductie zit in de meeste gevallen gelokaliseerd in de linkerhemisfeer, waardoor de patiënt dit woord niet kan uitspreken omdat de informatie van zijn rechterhemisfeer zijn linkerhemisfeer niet meer kan bereiken. Niet alleen kan de patiënt niet vertellen welk woord hij gezien heeft, hij zegt zelfs niets gezien te hebben! Het wordt nog interessanter wanneer de patiënt met zijn linkerhand (aangestuurd door zijn rechterhemisfeer) gaat tekenen. Hij tekent het voorwerp wat hij naar eigen zeggen niet gelezen heeft, zonder enige moeite.

Een alternatieve chirurgische benadering is Deep Brain Stimulation (DBS). Dit is een behandelmethode die onder andere gebruikt wordt om parkinson(isme) mee te behandelen. Met deze techniek worden elektroden geïmplanteerd in de substantia nigra, een gebied in de basale ganglia. Daaropvolgend worden elektrische signalen geproduceerd die de neurale activiteit stimuleren, waardoor parkinson-symptomen zoals trillen, moeite met starten van spontane bewegingen en rigiditeit verminderen. De reden waarom DBS zo goed werkt bij de ziekte van Parkinson, blijft voor nu een mysterie (Gradinaru, Thompson, Henderson, & Deisseroth, 2009), desalniettemin wordt deze moderne behandelvorm steeds populairder binnen de neuropsychologische wetenschappen. Bovendien zijn de resultaten waar een hevig trillende parkinsonpatiënt plotseling heel kalm is na het aanzetten van het DBS apparaat, prachtig om te zien.

Nu we aan het einde zijn gekomen van een korte reis door de geschiedenis van de psychochirurgie, kunnen we concluderen dat er veel veranderd is binnen de dominante denkbeelden en behandelmethoden in deze discipline. Vandaag de dag worden psychische ziekten erkend en lopen wij niet meer het risico beschuldigd te worden van een inwonende demoon die met genadeloze stokslagen uitgedreven zou moeten worden. Bovendien kunnen veel patiënten met neurologische ziekten nu geholpen worden door middel van neurochirurgische technieken, die tevens interessante en exceptionele onderzoeksresultaten laten zien. Ik denk dat het veilig is om te zeggen dat wij een boeiende geschiedenis achter ons hebben liggen en we – met een blik op de huidige technieken – veel mogelijkheden op wetenschappelijk gebied in de toekomst kunnen verwachten. <<

Bronnen

– [Afbeelding] Opgehaald op 4 december 2019 van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Turning_the_Mind_Inside_Out_Saturday_Evening_Post_24_May_1941_a_detail_1.jpg/.
– Bauwens, N. (2008). De (r)evolutie van repressiemiddelen en dwangmaatregels in psychiatrische instellingen van 1850 tot heden. Geraadpleegd van https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/299/327/RUG01-001299327_2010_0001_A.pdf/.
– Gazzaniga, M., Ivry, R. B., & Mangun, G. R. (2013). Cognitive Neuroscience: The Biology of the Mind (4de editie). New York: W. W. Norton.
– Gostin LO. (1980). Ethical considerations of psychosurgery: the unhappy legacy of the pre-frontal lobotomy. J Med Ethics., 6, 149-54.
– Gradinaru, V., Mogri, M., Thompson, K. R., Henderson, J. M., & Deisseroth, K. (2009). Optical deconstruction of parkinsonian neural
circuitry. science, 324(5925), 354-359.
– M. Kring, A. M., C. Davison, G. C., L. Johnson, S. L., & M. Neale, J. M. (2017). Abnormal Psychology: The Science and Treatment of Psychological Disorders (13de editie). United Kingdom: Wiley.
– Nevid, J. S., Rathus, S. A., & Greene, B. (2016). Psychiatrie een Inleiding (Herz. ed.). Amsterdam, Nederland: Pearson Benelux.
Elise van Graven

Author Elise van Graven

More posts by Elise van Graven