BooksSpiegeloog 399: Attention

Boekrecensie: Kleinzeer van Nadia de Vries

By December 11, 2019 December 17th, 2019 No Comments

Het belangrijkste inzicht dat ik heb overgehouden aan
mijn bachelor in de klinische psychologie is, denk ik, dat we maar heel weinig kennis hebben over de klachten die we in de geestelijke gezondheidszorg proberen te behandelen. Inmiddels hebben we best een berg resultaten van psychologische, medische en neurowetenschappelijke experimenten voorhanden. Toch hebben we nog niet echt een bevredigend antwoord kunnen
vinden op de kern van het vraagstuk: wat zijn psychische stoornissen nu precies? Waaruit bestaan ze? Zijn het ziektes? Maar bovenal: wat is de ervaring van mensen die met zo’n stoornis zijn gediagnosticeerd?

Op weg naar een antwoord op die vragen bewijzen andere disciplines dan de psychologie en psychiatrie vaak hun nut. Bij uitstek de literatuur kan van dienst zijn. In het recent verschenen Kleinzeer tekent Nadia de Vries, dichteres en promovenda aan de UvA Amsterdam School for Cultural Analysis, haar ziektegeschiedenis op. Als kind werd De Vries gediagnosticeerd met een auto-immuunziekte. Ze was praktisch opgegeven door haar dokters, totdat die op haar veertiende tegen alle verwachtingen in verklaarden dat ze was genezen.

Toen begon de ellende pas echt voor Nadia. Met een snel naderend einde van haar leven hoefde ze zich geen zorgen te maken over vriendjes of vriendinnetjes, haar studie, een baan: over later. Nu ze genezen was verklaard, moest ze ineens een plek in de wereld veroveren en een toekomst vormgeven. Die verandering was zo groot, dat ze er psychisch ziek van werd. Ze kreeg wanen en begon dingen te horen, ruiken en proeven die er niet waren. Eten lukte niet meer, en ze sneed zichzelf met een aardappelmesje in haar benen. Kleinzeer is het relaas waarin ze aan al die dingen een zekere zin geeft, al zal ze op geen enkele manier pretenderen dat haar kwetsbaarheid zinvol is.

Verhalen over ziekte en psychische problematiek worden nogal eens in een soort overwinnings-raamwerk gegoten: degene die aan een aandoening leed wist deze uiteindelijk succesvol onder de duim te krijgen, en kwam eruit als een beter mens. De ziekte werd ‘bevochten’ en vormt zo uiteindelijk het pad naar persoonlijke groei. Zo is het ziek zijn toch nog ergens goed voor
geweest.

Kleinzeer is anders, en dat maakt het boek tot een bijzondere telg van de familie van ‘ziekte-literatuur’. Het boek maakt in prachtig poëtische zinnen invoelbaar hoe vervreemdend het is als je de werkelijkheid anders waarneemt dan de mensen om je heen, en hoe verraderlijk het is als je eigen zintuigen je voor de gek houden. Maar meer nog, zit de kracht van dit boek hem erin dat het tegenwicht biedt aan het in onze cultuur dominante idee dat alles ergens goed voor zou moeten zijn. De Vries laat zien: een kwetsbaarheid is ook maar gewoon wat het is: een soms onbedwingbare broosheid, die je nu eenmaal vaker slachtoffer maakt van ziekte en, pijnlijk genoeg, van het gedrag van
anderen. Die kwetsbaarheid belet je soms ‘mee te doen aan de maatschappij’.

Kleinzeer gaat over kwetsbaarheid. Niet zozeer over het overwinnen van die kwetsbaarheid, maar vooral over het hebben ervan. Die kwetsbaar kan en hoeft niet altijd gekapitaliseerd te worden, die is er soms gewoon. En dan toch, leidt het ook tot dit boek.

 

 

 

Dit boek is te verkrijgen voor €19,99 bij de boekhandel of online.

Het belangrijkste inzicht dat ik heb overgehouden aan
mijn bachelor in de klinische psychologie is, denk ik, dat we maar heel weinig kennis hebben over de klachten die we in de geestelijke gezondheidszorg proberen te behandelen. Inmiddels hebben we best een berg resultaten van psychologische, medische en neurowetenschappelijke experimenten voorhanden. Toch hebben we nog niet echt een bevredigend antwoord kunnen
vinden op de kern van het vraagstuk: wat zijn psychische stoornissen nu precies? Waaruit bestaan ze? Zijn het ziektes? Maar bovenal: wat is de ervaring van mensen die met zo’n stoornis zijn gediagnosticeerd?

Op weg naar een antwoord op die vragen bewijzen andere disciplines dan de psychologie en psychiatrie vaak hun nut. Bij uitstek de literatuur kan van dienst zijn. In het recent verschenen Kleinzeer tekent Nadia de Vries, dichteres en promovenda aan de UvA Amsterdam School for Cultural Analysis, haar ziektegeschiedenis op. Als kind werd De Vries gediagnosticeerd met een auto-immuunziekte. Ze was praktisch opgegeven door haar dokters, totdat die op haar veertiende tegen alle verwachtingen in verklaarden dat ze was genezen.

Toen begon de ellende pas echt voor Nadia. Met een snel naderend einde van haar leven hoefde ze zich geen zorgen te maken over vriendjes of vriendinnetjes, haar studie, een baan: over later. Nu ze genezen was verklaard, moest ze ineens een plek in de wereld veroveren en een toekomst vormgeven. Die verandering was zo groot, dat ze er psychisch ziek van werd. Ze kreeg wanen en begon dingen te horen, ruiken en proeven die er niet waren. Eten lukte niet meer, en ze sneed zichzelf met een aardappelmesje in haar benen. Kleinzeer is het relaas waarin ze aan al die dingen een zekere zin geeft, al zal ze op geen enkele manier pretenderen dat haar kwetsbaarheid zinvol is.

Verhalen over ziekte en psychische problematiek worden nogal eens in een soort overwinnings-raamwerk gegoten: degene die aan een aandoening leed wist deze uiteindelijk succesvol onder de duim te krijgen, en kwam eruit als een beter mens. De ziekte werd ‘bevochten’ en vormt zo uiteindelijk het pad naar persoonlijke groei. Zo is het ziek zijn toch nog ergens goed voor
geweest.

Kleinzeer is anders, en dat maakt het boek tot een bijzondere telg van de familie van ‘ziekte-literatuur’. Het boek maakt in prachtig poëtische zinnen invoelbaar hoe vervreemdend het is als je de werkelijkheid anders waarneemt dan de mensen om je heen, en hoe verraderlijk het is als je eigen zintuigen je voor de gek houden. Maar meer nog, zit de kracht van dit boek hem erin dat het tegenwicht biedt aan het in onze cultuur dominante idee dat alles ergens goed voor zou moeten zijn. De Vries laat zien: een kwetsbaarheid is ook maar gewoon wat het is: een soms onbedwingbare broosheid, die je nu eenmaal vaker slachtoffer maakt van ziekte en, pijnlijk genoeg, van het gedrag van
anderen. Die kwetsbaarheid belet je soms ‘mee te doen aan de maatschappij’.

Kleinzeer gaat over kwetsbaarheid. Niet zozeer over het overwinnen van die kwetsbaarheid, maar vooral over het hebben ervan. Die kwetsbaar kan en hoeft niet altijd gekapitaliseerd te worden, die is er soms gewoon. En dan toch, leidt het ook tot dit boek.

Dit boek is te verkrijgen voor €19,99 bij de boekhandel of online.

Wolter de Boer

Author Wolter de Boer

More posts by Wolter de Boer