SocietySpiegeloog 403: Global

Op Zoek

By April 20, 2020 April 22nd, 2020 No Comments

‘Toerisme vernietigt datgene waardoor het wordt aangetrokken’ is een citaat uit de roman Grand Hotel Europa dat me altijd is bijgebleven. Niet alleen zoeken we naar authenticiteit, ‘het ware leven’ en plekken waar geen toeristen zijn, we proberen vaak ook ‘onszelf’ te vinden op reis. Tegenstrijdig genoeg raken we door onze zoektocht vaak kwijt wat we willen vinden.

‘Toerisme vernietigt datgene waardoor het wordt aangetrokken’ is een citaat uit de roman Grand Hotel Europa dat me altijd is bijgebleven. Niet alleen zoeken we naar authenticiteit, ‘het ware leven’ en plekken waar geen toeristen zijn, we proberen vaak ook ‘onszelf’ te vinden op reis. Tegenstrijdig genoeg raken we door onze zoektocht vaak kwijt wat we willen vinden.

Afbeelding van S. Hermann & F. Richter via Pixabay

Een stad die zich uitlevert aan toerisme, verkoopt haar ziel. Terwijl toeristen bovenal op zoek zijn naar een authentieke ervaring, veroorzaakt hun aanwezigheid een teloorgang van de authenticiteit die ze begeren. Of die authenticiteit wordt op weinig authentieke wijze speciaal voor hen gecreëerd. Toerisme vernietigt datgene waardoor het wordt aangetrokken.

Ilja PfeifferGrand Hotel Europa

Dit citaat bleef nog lang na het uitlezen van de roman Grand Hotel Europa (Pfeijffer, 2018) in mijn hoofd rondzweven.

Eind 2018 bracht schrijver, dichter en classicus, Ilja Leonard Pfeijffer Grand Hotel Europa uit, wat het tweede bestverkochte boek van 2019 werd (CPNB, 2020). In dit boek gaan de hoofdpersoon, die dezelfde naam draagt als de schrijver, en zijn vriendin uit elkaar. Waarna Ilja afreist naar Grand Hotel Europa, gelegen in Noordwest-Italië, om te overdenken waar het mis is gegaan in zijn relatie.  Daar nodigt een Nederlands team hem uit om een documentaire te maken over massatoerisme. Over zijn eigen ervaringen schrijft Ilja daarnaast een roman, wat stiekem het boek is dat je leest.

Grand Hotel Europa was ooit een hotel waar iedere avond een gala was, het ruiste van de baljurken, rinkelde van juwelen en waar champagneflessen ontpopten. Prinsen, gravinnen, ambassadeurs en grootindustriëlen stroomden het hotel in en uit.  Maar sinds de kapitaalkrachtige Chinees meneer Wang de nieuwe eigenaar werd veranderde het hotel naar een decor waar de Europese tradities nog Europeser zijn dan die van de Europeanen zelf. Zo kwam er een nieuwe kroonluchter van Swarovski-kristallen aan het plafond en op de plek waar het portret van de Italiaanse componist Paganini hing kwam een romantische foto van Parijs. Dit hotel gebruikt de schrijver door het hele boek als metafoor voor het continent Europa. Over het continent schrijft Pfeijffer: ‘Je zou de geschiedenis van Europa kunnen beschrijven als een geschiedenis van terugverlangen naar de geschiedenis.’

Vroeg of laat wordt economische groei in een land vertaald naar de wens om te reizen (Bloem, 2002). Hoewel dit in Nederland vroeger vaak nog vertaalde in een verlangen naar de zon, leek het reisgedrag van Aziaten zich toen al meer te richten op de grote steden in de oude wereld. Het zijn echter de Europeanen die het vaakst hun buurlanden bezoeken (Eurostat, 2019) en ervoor zorgen dat het continent elk jaar wordt overspoeld door honderden miljoenen nostalgie-zoekers (Peeters, 2018). Om zich van massatoerisme te onderscheiden probeert de hedendaagse reiziger plekken zonder toeristen te vinden waar hij een authentieke ervaring kan opdoen (Welten, 2018). Helaas heeft dit soort toerisme nogal wat gevolgen voor de lokale bevolking en lijken de reizigers door hard te zoeken juist kwijt te raken wat ze willen vinden. Ook als we ‘onszelf’ proberen te vinden op reis lijken we juist verder van onszelf verwijderd te raken. Veel mensen gaan op reis om ‘zichzelf te leren kennen’, maar zou je niet meer over jezelf leren als je gewoon thuisblijft? (Pfeijffer, 2018; Welten, 2018).

Op zoek naar ‘het ware leven’

Toerisme lijkt de plaats van religie te hebben ingenomen. Toeristen geloven net als aanhangers van verschillende religies dat er een plaats is die troost kan bieden voor het eeuwig ondergronds knagende gevoel dat er meer is dan ‘dit’. In een samenleving die gericht is op consumeren is toerisme de nieuwe weg naar verlossing (Welten, 2018). Ook Alain de Botton, schijver en filosoof, ziet een verband tussen religie en toerisme. In The Art of Travel (2014), een boek over waarom we reizen, schrijft hij over sublieme landschappen. Dit zijn landschappen die emoties teweegbrengen die maar moeilijk onder woorden te brengen zijn:

It is no coincidence that the Western attraction to sublime landscapes developed at precisely the moment when traditional beliefs in God began to wane. It is as if these landscapes allowed travellers to experience transcendent feelings that they no longer felt in cities and the cultivated countryside. The landscapes offered them an emotional connection to a greater power, even as they freed them of the need to subscribe to the more specific and now less plausible claims of biblical texts and organized religions.’

Heel lang was reizen allesbehalve de weg naar geluk en geestelijke ontwikkeling. Honderdvijftig jaar geleden was het nog een ronduit gevaarlijke onderneming die je niet zonder reden aanging (Welten, 2018). In Grand Hotel Europa voert Ilja een conversatie met de oude intellectueel Patelski, een van de hotelgasten, en zegt tegen hem: ‘In de literatuur wordt een reis vaak opgevoerd als een metafoor voor geestelijke groei. De westerse literatuur begint met een reisverhaal.’ Waarna Patelski hem erop wijst dat de Odyssee geen reisverhaal is, maar een verhaal over verantwoordelijkheid voor de plek van herkomst en de noodzaak om terug te keren naar huis. Ook pelgrimsreizen, die vaak vergeleken worden met een proces van spirituele groei, gaan volgens Patelski niet om de reis zelf. Geen enkele pelgrim is ooit op weg gegaan zonder een rotsvast geloof in de bestemming. Zolang het essentiële doel bij de pelgrimsreizen niet bereikt was, was niets bereikt.

In Het ware leven is elders van Ruud Welten, filosoof, schrijver, redacteur en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, wordt de geschiedenis van reislust ook behandeld aan de hand van westerse literatuur (Palm, 2013). Hij schrijft over drie wereldberoemde rondtrekkende schrijvers: de essayist De Montaigne, de wetenschapper (en tevens schrijver) Goethe en de schrijver Stendhal. Hun motieven om te reizen lijken meer overeen te komen met de motieven van de hedendaagse reiziger. De zestiende-eeuwse essayist De Montaigne schreef: ‘Als ik thuis ben, maak ik mij om alles zo druk als een keuterboer. Wij zijn voor onszelf een reden tot ontevredenheid. Om ons niet alle moed te laten verliezen heeft de natuur onze blik heel juist naar buiten gericht.’ Zijn motief voor reishonger was de vlucht uit het gewone. Goethe reist om zijn oude zelf af te leggen en opnieuw geboren te worden; voor zelfvernieuwing. Bij Stendhal ging het vooral om genot en het opdoen van nieuwe ervaringen: ‘Ik reis niet om Italië te leren kennen, maar om mezelf te plezieren.’ Het ging hem niet om kennis, maar om ‘de gevoelens’ die de plekken ‘bij hem teweegbrengen’.

Toen men ontdekte dat de aarde rond was en dus te bereizen viel, veranderde alles (Palm, 2013).  Sindsdien is de mens reiziger, oftewel toerist. Maar er is een groot verschil tussen de toerist van vroeger en de huidige ‘wereld-recreant’. De romantiek is verdwenen, het avontuur is eraf en de individuele ervaring bestaat niet meer. Authenticiteit is alleen nog te vinden in de verste uithoeken van de wereld, en blijkt zelfs daar voorgekookt. In reactie op de ‘authenticiteits-drift’ wordt er overal ter wereld een ‘oorspronkelijke’ werkelijkheid gecreëerd die geen autochtoon meer herkent.

Waar reisliteratuur vroeger nog informatie gaf over dat wat vreemd was, heeft het nu plaatsgemaakt voor nostalgie. Het schetst een beeld van een wereld waar nog wel degelijk iets te ontdekken viel. Nu we in de moderniteit voor transparantie en vrijheid van de wereld gevochten hebben valt er immers nauwelijks nog wat te ontdekken (Welten, 2018). Ook Ilja is nostalgisch naar wat de wereld, en dan vooral wat Europa ooit was: ‘De liefde van mijn leven leeft in het verleden. Dat is ondanks de alliteratie een vreselijke zin om te moeten schrijven.’, schrijft hij, waarmee hij zowel doelt op zijn ex-vriendin als op het continent Europa.


Op zoek naar authentieke ervaringen

Tot in de jaren tachtig was toerisme nog te organiseren en categoriseren, maar nu zijn vele individuen unieke reizigers. Om ieders uniciteit te waarborgen werden er nieuwe regio’s in de wereld ontdekt en ontstonden er nieuwe reispatronen (Welten, 2018). Onder het mom van het stimuleren van de plaatselijke economie bezoeken internationale toeristen schaamteloos de meest gruwelijke herinneringsplekken, sloppenwijken of zelfs actieve dictaturen en oorlogsgebieden (Milikowski, 2015). Dit noemen onderzoekers ook wel dark tourism (Welten, 2018).

Het sloppenwijktoerisme is in nog geen tien jaar hot geworden. De moderne toerist is kritisch: hij ziet dat de westerse mens ten onder gaat aan een nietsontziend consumentisme en vindt van zichzelf dat hij niet meer werkelijk ‘authentiek’ kan zijn in de huidige omstandigheden. Hierdoor raakt hij geobsedeerd door mensen elders ter wereld die uit de molen van het consumentisme zijn gevallen, mensen in sloppenwijken, want die zijn zo arm dat ze wel authentiek moeten zijn (Welten, 2018). Ook vrijwilligerstoerisme, ook wel voluntourism, heeft recent een opkomst gemaakt. Om zich te onderscheiden van de toeristenmassa gaat de moderne toerist naar ‘arme’ gebieden om daar te helpen. De manier waarop zij invulling geven aan deze goeddoenerij neemt volgens Welten (2018) alle trekken over van het kolonialisme, wat we dachten allang achter ons te hebben gelaten.

Reizigers richten schade aan met hun obsessie om niet op toeristen te lijken en de gebaande paden te vermijden (Pfeijffer, 2018). Toeristenoorden zijn berekend op de komst van toerisme. Als een eigenwijze westerling echter om zijn eigen vrijheid en onafhankelijkheid te vieren een beroep doet op de traditionele gastvrijheid van een afgelegen stam, waar hij later enthousiaste verhalen over zal vertellen, maakt dit aanspraak op schaarse goederen en kan het sociaal ontwrichtend kan werken. In toeristengebieden is deze sociale ontwrichting en aanspraak op schaarse goederen rechtgetrokken en geneutraliseerd tot een economische transactie. Buiten de gebaande paden bestaat deze neutralisatie niet, maar omdat reizigers alleen als doel hebben een authentiek verhaal mee naar huis te nemen, hebben ze daar geen oog voor.

In Grand Hotel Europa voert Pfeijfer twee stellen op: Bas en Yvonne en Brenda en Tom. De twee stellen, die een voorkeur hebben voor ongebruikelijke bestemmingen en zich graag van de toeristenmassa willen onderscheiden, zijn in een heuse concurrentiestrijd geraakt zijn. Voor de documentaire over massatoerisme wil het team een gesprek tussen de twee stellen vastleggen. Bas en Yvonne, die het negatief reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zo ongeveer als reisgids gebruiken, reisden af naar Pakistan. In Lahore, de hoofdstad van Pakistan waar je de enige toeristen in het land vindt en wat een reden voor Bas en Yvonne was om er zo snel mogelijk weg te gaan, kwamen zij Faysal tegen. Een jonge filmacteur die goed Engels sprak. Zijn familie die driehonderdvijftig kilometer verderop woonde, zag hij minder vaak dan hij wilde, maar over twee dagen zou hij er weer heengaan. Na enig aandringen mochten Bas en Yvonne mee. Volgens Faysal was zijn geboorteplaats armzalig en onbetekenend, er was daar niets wat hen zou interesseren, geen plek voor toeristen. Maar dat was precies waar Bas en Yvonne naar opzoek waren. Een paar dagen na hun aankomst vond een panchayat plaats: de dorpsbewoners legden lokale geschillen conform een eeuwenoud gebruik voor aan een raad van dorpsoudsten. Om de verstoorde balans van de geschonden eer tussen de families betrokken bij een verkrachting te herstellen vonniste de panchayat dat de zus van de dader verkracht diende te worden door de broer van het slachtoffer, een gebeurtenis die onmiddellijk zou plaatsvinden. Na een lichte twijfeling besloten Bas en Yvonne te blijven. Ze waren niet op reis om alleen maar mooie dingen te zien. ‘Wie een land en cultuur echt wil doorgronden, mag de ogen niet sluiten voor de rauwe kantjes van zo’n samenleving.’

Van dit soort dark tourism vreest Welten (Palm, 2018) dat het zich nog te vaak in de nasleep van het imperialisme beweegt. Hij beschrijft in zijn boek het moderne toerisme als het hoogste stadium van kapitalisme, met de reiziger in de rol van imperialist en de inheemse kraampjeshouder, Masaikrijger of kralenjongen in de rol van afhankelijk acteur. In Grand Hotel Europa trekt Patelski eenzelfde soort conclusie als Ilja hem over de panchayat vertelt:

‘Dat is een ander soort toerisme […] In zoverre gaat het over westerlingen die voor hun eigen amusement met grote vanzelfsprekendheid het recht opeisen om vrij te reizen naar landen wier inwoners wij het recht ontzeggen om naar het Westen te komen. Het is een soort ramptoerisme naar de fundamentele onrechtvaardigheid van economische ongelijkheid, die er de oorzaak van is dat zij niet mogen wat wij wel mogen.’

Op zoek naar plekken zonder toeristen

Volgens Ilja was vakantie ooit een periode van rust en een reisje een manier om de zinnen te verzetten en te ontspannen. Voor sommigen is dit misschien nog steeds zo, maar voor velen komt er volgens hem tegenwoordig toch heel wat meer kijken bij een succesvolle vakantie. In hedendaagse tijden waarin je identiteit niet meer vanzelf spreekt, zoals de achternaam van je vader, maar dagelijks geconstrueerd, gedefinieerd en gemarket moet worden, is ook de vakantie een gelegenheid die niet gemist mag worden om jezelf te identificeren. De wereld ligt open, je kunt overal naartoe, en die mogelijkheid staat gelijk aan plicht. Wie niet gebruikmaakt van de eindeloze mogelijkheden om te reizen, is op zijn minst saai, maar ook meelijwekkend en minderwaardig als mens. De prestatiedruk om een geweldige feed op sociale media te hebben, ligt echter nog veel dieper dan dat. Omdat Jan en alleman het zich tegenwoordig kan permitteren om naar exotische bestemmingen te reizen, ben je verplicht om neerbuigend te doen over die ooit zo exclusieve bestemmingen. Jij moet benadrukken dat jij in de vakantie, die je eigenlijk geen vakantie noemt maar een reis, geheel andere prioriteiten hebt dan het bezoeken van beroemde monumenten waarvan op internet duizenden betere foto’s te vinden zijn. De nadruk ligt op een unieke, authentieke ervaringen die een verhaal opleveren. Om jezelf als echte wereldreiziger te profileren moet je in contact treden met de lokale bevolking en dingen meemaken waarvan je achteraf kunt zeggen dat het ervaringen waren die je kijk op het leven hebben gekanteld, zoals Bas en Yvonne dat deden. Maar de plekken zonder toeristen die je zoekt, moeten wel de juiste plekken zonder toeristen zijn. Dat zijn de plekken waar andere toeristen zijn geweest zonder er toeristen aan te treffen. Hij schrijft:

‘In je zoektocht naar een authentieke en unieke ervaring imiteer je de authentieke en unieke ervaringen van anderen. Als toerist die toeristen wil vermijden, reis je andere toeristen na naar plekken waar zij met succes toeristen hebben vermeden. De implicatie hiervan is dat je haast moet maken, want voor je het weet komen er nog meer toeristen zoals jij op het idee om toeristen te mijden op diezelfde plek en wordt het daar net zo toeristisch als elders.’

Op zoek naar onszelf

Iemand een toerist noemen is tegenwoordig geen compliment, een reiziger daarentegen is iemand met wie wij ons wel graag identificeren. Dat zou iemand zijn die weggaat, maar niet weet waarheen en wanneer hij terugkomt, die zich laat verrassen, niet bang is voor het onbekende en leert van wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt (Welten, 2018). Maar volgens Welten is een onderscheid tussen deze twee begrippen wensdenken van de moderne ‘wereldhopper’, die zichzelf gunstig wil onderscheiden van zijn soortgenoten (Palm, 2013). Het lijkt bij toerisme te horen om geen toerist te willen zijn. Elk ‘reizigerstype’ wilt tegenwoordig onderscheidend zijn, het is een trend om geen deel uit te maken van de massa. Maar wat betekent het woord ‘massa’ nog als iedereen claimt er geen deel van uit te maken (Welten, 2018)? Volgens Ilja is het ‘paradoxaal dat toeristen, die niets meer haten dan andere toeristen, massaal andere toeristen achternareizen.’

Aan het begin van de conversatie met Patelski vroeg Ilja of de intellectueel gelooft dat reizen de blik verruimt. Waarop hij antwoordde:

‘Ik geloof dat nadenken de blik verruimt.’ ‘Helpt reizen om na te denken?’ ‘Zoals op de vlucht slaan helpt om problemen op te lossen. Die problemen zijn leerzaam. De oplossing ervan zou rijping en vooruitgang impliceren. De vlucht is een poging om deze moeizame weg van verbetering van jezelf te mijden, maar omdat vluchten moeilijker is dan je denkt, levert de vluchtpoging tal van nieuwe problemen op, die op hun beurt leerzaam zijn. Op zo’n manier kan reizen nadenken stimuleren.’

Hoewel alle hedonistische escapisten zullen zeggen dat zij reizen om zich met henzelf te confronteren, zijn ze volgens Patelski op de vlucht voor zichzelf. Terwijl ze zeggen dat ze reizen om met interessante medemensen in contact te komen, is hun vlucht eigenlijk op henzelf betrokken en egoïstisch. Reizend zullen ze voor problemen worden gesteld waar ze wellicht wat van opsteken, maar ze zouden meer hebben geleerd als ze thuis waren gebleven en serieus hadden nagedacht over hoe ze het leven van hun buurvrouw hadden kunnen verbeteren. Het zou een uitstekend idee en een leerzame ervaring voor reizigers en toeristen zijn om in contact te komen met de lokale bevolking. Maar de op zichzelf gerichte avonturiers die zo trots zijn op hun verre reizen, hebben de tijd niet die er nodig is voor het tot stand brengen van het begin van een zinvol contact, want er moet worden gereisd. Echte wereldreizigers zijn ook helemaal niet uit op contacten en leerzame ervaringen, want die houden hen alleen maar op op hun missie om verder van zichzelf vandaan te vluchten.

Of we nu op zoek gaan naar een authentieke ervaring, ‘het ware leven’, plekken waar geen toeristen zijn of onszelf. Hoe harder we het proberen te zoeken hoe sneller we het dreigen te verliezen. Daar komt bij dat dark tourism, wat nu nog een enigszins authentieke ervaring lijkt te zijn, veel trekken van het kolonialisme overneemt. Verder kan het bezoek aan afgelegen stammen, waar zich geen toeristenoorden bevinden die berekend zijn op toeristen, sociaal ontwrichtend werken en aanspraak maken op de al schaarse goederen. En laten we het dan nog maar niet hebben over de schade aan het milieu dat reizen aanricht. Misschien is het helemaal zo erg nog niet om als reiziger deel van de toeristenmassa uit te maken en vinden we waar we naar opzoek zijn helemaal niet zo ver van huis.

Bronnen

– Bloem, W. (2002). Nederland raakt vol, met toeristen. De Volkskrant Geraadpleegd op 11 maart 2020 van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/nederland-raakt-vol-met-toeristen~b4db5701/
– De Botton, A. (2014). The Art of Travel (1st ed.). London, England: Penguin Books.
– CPNB. (2020). CPNB Top 100 2019. Geraadpleegd op 8 maart 2020 van https://www.cpnb.nl/nieuws/cpnb-top-100-2019
– Eurostat. (2019) Tourism in the EU, 2017. [Dataset]. Geraadpleegd op 11 maart 2020 van https://ec.europa.eu/eurostat/news/themes-in-the-spotlight/tourism-2017
– Milokowski, F. (2015). ‘This is not a museum. People live here.’ De Groene Amsterdammer. Geraadpleegd op 25 februari 2020 van https://www.groene.nl/artikel/this-is-not-a-museum-people-live-here
– Palm, J. (2013). Toeristen, dat zijn de anderen. Trouw. Geraadpleegd op 1 maart 2020 van  https://www.trouw.nl/nieuws/toeristen-dat-zijn-de-anderen~be04e1a1/
– Peeters, T. (2018). ‘Europa is het recreatiegebied voor de rest van de wereld’. De Tijd. Geraadpleegd op 11 maart 2020 van https://www.tijd.be/cultuur/literatuur/europa-is-het-recreatiegebied-voor-de-rest-van-de-wereld/10076962.html
– Pfeijffer, I. L. (2018). Grand Hotel Europa (1e-3e druk). Amsterdam, Nederland: Uitgeverij De Arbeiderspers
– Welten, R. (2018). Wat ontvlucht u deze zomer? De Groene Amsterdammer. Geraadpleegd op 1 maart 2020 van https://www.groene.nl/artikel/wat-ontvlucht-u-deze-zomer

Een stad die zich uitlevert aan toerisme, verkoopt haar ziel. Terwijl toeristen bovenal op zoek zijn naar een authentieke ervaring, veroorzaakt hun aanwezigheid een teloorgang van de authenticiteit die ze begeren. Of die authenticiteit wordt op weinig authentieke wijze speciaal voor hen gecreëerd. Toerisme vernietigt datgene waardoor het wordt aangetrokken.

Ilja PfeifferGrand Hotel Europa

Dit citaat bleef nog lang na het uitlezen van de roman Grand Hotel Europa (Pfeijffer, 2018) in mijn hoofd rondzweven.

Eind 2018 bracht schrijver, dichter en classicus, Ilja Leonard Pfeijffer Grand Hotel Europa uit, wat het tweede bestverkochte boek van 2019 werd (CPNB, 2020). In dit boek gaan de hoofdpersoon, die dezelfde naam draagt als de schrijver, en zijn vriendin uit elkaar. Waarna Ilja afreist naar Grand Hotel Europa, gelegen in Noordwest-Italië, om te overdenken waar het mis is gegaan in zijn relatie.  Daar nodigt een Nederlands team hem uit om een documentaire te maken over massatoerisme. Over zijn eigen ervaringen schrijft Ilja daarnaast een roman, wat stiekem het boek is dat je leest.

Grand Hotel Europa was ooit een hotel waar iedere avond een gala was, het ruiste van de baljurken, rinkelde van juwelen en waar champagneflessen ontpopten. Prinsen, gravinnen, ambassadeurs en grootindustriëlen stroomden het hotel in en uit.  Maar sinds de kapitaalkrachtige Chinees meneer Wang de nieuwe eigenaar werd veranderde het hotel naar een decor waar de Europese tradities nog Europeser zijn dan die van de Europeanen zelf. Zo kwam er een nieuwe kroonluchter van Swarovski-kristallen aan het plafond en op de plek waar het portret van de Italiaanse componist Paganini hing kwam een romantische foto van Parijs. Dit hotel gebruikt de schrijver door het hele boek als metafoor voor het continent Europa. Over het continent schrijft Pfeijffer: ‘Je zou de geschiedenis van Europa kunnen beschrijven als een geschiedenis van terugverlangen naar de geschiedenis.’

Vroeg of laat wordt economische groei in een land vertaald naar de wens om te reizen (Bloem, 2002). Hoewel dit in Nederland vroeger vaak nog vertaalde in een verlangen naar de zon, leek het reisgedrag van Aziaten zich toen al meer te richten op de grote steden in de oude wereld. Het zijn echter de Europeanen die het vaakst hun buurlanden bezoeken (Eurostat, 2019) en ervoor zorgen dat het continent elk jaar wordt overspoeld door honderden miljoenen nostalgie-zoekers (Peeters, 2018). Om zich van massatoerisme te onderscheiden probeert de hedendaagse reiziger plekken zonder toeristen te vinden waar hij een authentieke ervaring kan opdoen (Welten, 2018). Helaas heeft dit soort toerisme nogal wat gevolgen voor de lokale bevolking en lijken de reizigers door hard te zoeken juist kwijt te raken wat ze willen vinden. Ook als we ‘onszelf’ proberen te vinden op reis lijken we juist verder van onszelf verwijderd te raken. Veel mensen gaan op reis om ‘zichzelf te leren kennen’, maar zou je niet meer over jezelf leren als je gewoon thuisblijft? (Pfeijffer, 2018; Welten, 2018).

Op zoek naar ‘het ware leven’

Toerisme lijkt de plaats van religie te hebben ingenomen. Toeristen geloven net als aanhangers van verschillende religies dat er een plaats is die troost kan bieden voor het eeuwig ondergronds knagende gevoel dat er meer is dan ‘dit’. In een samenleving die gericht is op consumeren is toerisme de nieuwe weg naar verlossing (Welten, 2018). Ook Alain de Botton, schijver en filosoof, ziet een verband tussen religie en toerisme. In The Art of Travel (2014), een boek over waarom we reizen, schrijft hij over sublieme landschappen. Dit zijn landschappen die emoties teweegbrengen die maar moeilijk onder woorden te brengen zijn:

It is no coincidence that the Western attraction to sublime landscapes developed at precisely the moment when traditional beliefs in God began to wane. It is as if these landscapes allowed travellers to experience transcendent feelings that they no longer felt in cities and the cultivated countryside. The landscapes offered them an emotional connection to a greater power, even as they freed them of the need to subscribe to the more specific and now less plausible claims of biblical texts and organized religions.’

Heel lang was reizen allesbehalve de weg naar geluk en geestelijke ontwikkeling. Honderdvijftig jaar geleden was het nog een ronduit gevaarlijke onderneming die je niet zonder reden aanging (Welten, 2018). In Grand Hotel Europa voert Ilja een conversatie met de oude intellectueel Patelski, een van de hotelgasten, en zegt tegen hem: ‘In de literatuur wordt een reis vaak opgevoerd als een metafoor voor geestelijke groei. De westerse literatuur begint met een reisverhaal.’ Waarna Patelski hem erop wijst dat de Odyssee geen reisverhaal is, maar een verhaal over verantwoordelijkheid voor de plek van herkomst en de noodzaak om terug te keren naar huis. Ook pelgrimsreizen, die vaak vergeleken worden met een proces van spirituele groei, gaan volgens Patelski niet om de reis zelf. Geen enkele pelgrim is ooit op weg gegaan zonder een rotsvast geloof in de bestemming. Zolang het essentiële doel bij de pelgrimsreizen niet bereikt was, was niets bereikt.

In Het ware leven is elders van Ruud Welten, filosoof, schrijver, redacteur en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, wordt de geschiedenis van reislust ook behandeld aan de hand van westerse literatuur (Palm, 2013). Hij schrijft over drie wereldberoemde rondtrekkende schrijvers: de essayist De Montaigne, de wetenschapper (en tevens schrijver) Goethe en de schrijver Stendhal. Hun motieven om te reizen lijken meer overeen te komen met de motieven van de hedendaagse reiziger. De zestiende-eeuwse essayist De Montaigne schreef: ‘Als ik thuis ben, maak ik mij om alles zo druk als een keuterboer. Wij zijn voor onszelf een reden tot ontevredenheid. Om ons niet alle moed te laten verliezen heeft de natuur onze blik heel juist naar buiten gericht.’ Zijn motief voor reishonger was de vlucht uit het gewone. Goethe reist om zijn oude zelf af te leggen en opnieuw geboren te worden; voor zelfvernieuwing. Bij Stendhal ging het vooral om genot en het opdoen van nieuwe ervaringen: ‘Ik reis niet om Italië te leren kennen, maar om mezelf te plezieren.’ Het ging hem niet om kennis, maar om ‘de gevoelens’ die de plekken ‘bij hem teweegbrengen’.

Toen men ontdekte dat de aarde rond was en dus te bereizen viel, veranderde alles (Palm, 2013).  Sindsdien is de mens reiziger, oftewel toerist. Maar er is een groot verschil tussen de toerist van vroeger en de huidige ‘wereld-recreant’. De romantiek is verdwenen, het avontuur is eraf en de individuele ervaring bestaat niet meer. Authenticiteit is alleen nog te vinden in de verste uithoeken van de wereld, en blijkt zelfs daar voorgekookt. In reactie op de ‘authenticiteits-drift’ wordt er overal ter wereld een ‘oorspronkelijke’ werkelijkheid gecreëerd die geen autochtoon meer herkent.

Waar reisliteratuur vroeger nog informatie gaf over dat wat vreemd was, heeft het nu plaatsgemaakt voor nostalgie. Het schetst een beeld van een wereld waar nog wel degelijk iets te ontdekken viel. Nu we in de moderniteit voor transparantie en vrijheid van de wereld gevochten hebben valt er immers nauwelijks nog wat te ontdekken (Welten, 2018). Ook Ilja is nostalgisch naar wat de wereld, en dan vooral wat Europa ooit was: ‘De liefde van mijn leven leeft in het verleden. Dat is ondanks de alliteratie een vreselijke zin om te moeten schrijven.’, schrijft hij, waarmee hij zowel doelt op zijn ex-vriendin als op het continent Europa.

Op zoek naar authentieke ervaringen

Tot in de jaren tachtig was toerisme nog te organiseren en categoriseren, maar nu zijn vele individuen unieke reizigers. Om ieders uniciteit te waarborgen werden er nieuwe regio’s in de wereld ontdekt en ontstonden er nieuwe reispatronen (Welten, 2018). Onder het mom van het stimuleren van de plaatselijke economie bezoeken internationale toeristen schaamteloos de meest gruwelijke herinneringsplekken, sloppenwijken of zelfs actieve dictaturen en oorlogsgebieden (Milikowski, 2015). Dit noemen onderzoekers ook wel dark tourism (Welten, 2018).

Het sloppenwijktoerisme is in nog geen tien jaar hot geworden. De moderne toerist is kritisch: hij ziet dat de westerse mens ten onder gaat aan een nietsontziend consumentisme en vindt van zichzelf dat hij niet meer werkelijk ‘authentiek’ kan zijn in de huidige omstandigheden. Hierdoor raakt hij geobsedeerd door mensen elders ter wereld die uit de molen van het consumentisme zijn gevallen, mensen in sloppenwijken, want die zijn zo arm dat ze wel authentiek moeten zijn (Welten, 2018). Ook vrijwilligerstoerisme, ook wel voluntourism, heeft recent een opkomst gemaakt. Om zich te onderscheiden van de toeristenmassa gaat de moderne toerist naar ‘arme’ gebieden om daar te helpen. De manier waarop zij invulling geven aan deze goeddoenerij neemt volgens Welten (2018) alle trekken over van het kolonialisme, wat we dachten allang achter ons te hebben gelaten.

Reizigers richten schade aan met hun obsessie om niet op toeristen te lijken en de gebaande paden te vermijden (Pfeijffer, 2018). Toeristenoorden zijn berekend op de komst van toerisme. Als een eigenwijze westerling echter om zijn eigen vrijheid en onafhankelijkheid te vieren een beroep doet op de traditionele gastvrijheid van een afgelegen stam, waar hij later enthousiaste verhalen over zal vertellen, maakt dit aanspraak op schaarse goederen en kan het sociaal ontwrichtend kan werken. In toeristengebieden is deze sociale ontwrichting en aanspraak op schaarse goederen rechtgetrokken en geneutraliseerd tot een economische transactie. Buiten de gebaande paden bestaat deze neutralisatie niet, maar omdat reizigers alleen als doel hebben een authentiek verhaal mee naar huis te nemen, hebben ze daar geen oog voor.

In Grand Hotel Europa voert Pfeijfer twee stellen op: Bas en Yvonne en Brenda en Tom. De twee stellen, die een voorkeur hebben voor ongebruikelijke bestemmingen en zich graag van de toeristenmassa willen onderscheiden, zijn in een heuse concurrentiestrijd geraakt zijn. Voor de documentaire over massatoerisme wil het team een gesprek tussen de twee stellen vastleggen. Bas en Yvonne, die het negatief reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zo ongeveer als reisgids gebruiken, reisden af naar Pakistan. In Lahore, de hoofdstad van Pakistan waar je de enige toeristen in het land vindt en wat een reden voor Bas en Yvonne was om er zo snel mogelijk weg te gaan, kwamen zij Faysal tegen. Een jonge filmacteur die goed Engels sprak. Zijn familie die driehonderdvijftig kilometer verderop woonde, zag hij minder vaak dan hij wilde, maar over twee dagen zou hij er weer heengaan. Na enig aandringen mochten Bas en Yvonne mee. Volgens Faysal was zijn geboorteplaats armzalig en onbetekenend, er was daar niets wat hen zou interesseren, geen plek voor toeristen. Maar dat was precies waar Bas en Yvonne naar opzoek waren. Een paar dagen na hun aankomst vond een panchayat plaats: de dorpsbewoners legden lokale geschillen conform een eeuwenoud gebruik voor aan een raad van dorpsoudsten. Om de verstoorde balans van de geschonden eer tussen de families betrokken bij een verkrachting te herstellen vonniste de panchayat dat de zus van de dader verkracht diende te worden door de broer van het slachtoffer, een gebeurtenis die onmiddellijk zou plaatsvinden. Na een lichte twijfeling besloten Bas en Yvonne te blijven. Ze waren niet op reis om alleen maar mooie dingen te zien. ‘Wie een land en cultuur echt wil doorgronden, mag de ogen niet sluiten voor de rauwe kantjes van zo’n samenleving.’

Van dit soort dark tourism vreest Welten (Palm, 2018) dat het zich nog te vaak in de nasleep van het imperialisme beweegt. Hij beschrijft in zijn boek het moderne toerisme als het hoogste stadium van kapitalisme, met de reiziger in de rol van imperialist en de inheemse kraampjeshouder, Masaikrijger of kralenjongen in de rol van afhankelijk acteur. In Grand Hotel Europa trekt Patelski eenzelfde soort conclusie als Ilja hem over de panchayat vertelt:

‘Dat is een ander soort toerisme […] In zoverre gaat het over westerlingen die voor hun eigen amusement met grote vanzelfsprekendheid het recht opeisen om vrij te reizen naar landen wier inwoners wij het recht ontzeggen om naar het Westen te komen. Het is een soort ramptoerisme naar de fundamentele onrechtvaardigheid van economische ongelijkheid, die er de oorzaak van is dat zij niet mogen wat wij wel mogen.’

Op zoek naar plekken zonder toeristen

Volgens Ilja was vakantie ooit een periode van rust en een reisje een manier om de zinnen te verzetten en te ontspannen. Voor sommigen is dit misschien nog steeds zo, maar voor velen komt er volgens hem tegenwoordig toch heel wat meer kijken bij een succesvolle vakantie. In hedendaagse tijden waarin je identiteit niet meer vanzelf spreekt, zoals de achternaam van je vader, maar dagelijks geconstrueerd, gedefinieerd en gemarket moet worden, is ook de vakantie een gelegenheid die niet gemist mag worden om jezelf te identificeren. De wereld ligt open, je kunt overal naartoe, en die mogelijkheid staat gelijk aan plicht. Wie niet gebruikmaakt van de eindeloze mogelijkheden om te reizen, is op zijn minst saai, maar ook meelijwekkend en minderwaardig als mens. De prestatiedruk om een geweldige feed op sociale media te hebben, ligt echter nog veel dieper dan dat. Omdat Jan en alleman het zich tegenwoordig kan permitteren om naar exotische bestemmingen te reizen, ben je verplicht om neerbuigend te doen over die ooit zo exclusieve bestemmingen. Jij moet benadrukken dat jij in de vakantie, die je eigenlijk geen vakantie noemt maar een reis, geheel andere prioriteiten hebt dan het bezoeken van beroemde monumenten waarvan op internet duizenden betere foto’s te vinden zijn. De nadruk ligt op een unieke, authentieke ervaringen die een verhaal opleveren. Om jezelf als echte wereldreiziger te profileren moet je in contact treden met de lokale bevolking en dingen meemaken waarvan je achteraf kunt zeggen dat het ervaringen waren die je kijk op het leven hebben gekanteld, zoals Bas en Yvonne dat deden. Maar de plekken zonder toeristen die je zoekt, moeten wel de juiste plekken zonder toeristen zijn. Dat zijn de plekken waar andere toeristen zijn geweest zonder er toeristen aan te treffen. Hij schrijft:

‘In je zoektocht naar een authentieke en unieke ervaring imiteer je de authentieke en unieke ervaringen van anderen. Als toerist die toeristen wil vermijden, reis je andere toeristen na naar plekken waar zij met succes toeristen hebben vermeden. De implicatie hiervan is dat je haast moet maken, want voor je het weet komen er nog meer toeristen zoals jij op het idee om toeristen te mijden op diezelfde plek en wordt het daar net zo toeristisch als elders.’

Op zoek naar onszelf

Iemand een toerist noemen is tegenwoordig geen compliment, een reiziger daarentegen is iemand met wie wij ons wel graag identificeren. Dat zou iemand zijn die weggaat, maar niet weet waarheen en wanneer hij terugkomt, die zich laat verrassen, niet bang is voor het onbekende en leert van wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt (Welten, 2018). Maar volgens Welten is een onderscheid tussen deze twee begrippen wensdenken van de moderne ‘wereldhopper’, die zichzelf gunstig wil onderscheiden van zijn soortgenoten (Palm, 2013). Het lijkt bij toerisme te horen om geen toerist te willen zijn. Elk ‘reizigerstype’ wilt tegenwoordig onderscheidend zijn, het is een trend om geen deel uit te maken van de massa. Maar wat betekent het woord ‘massa’ nog als iedereen claimt er geen deel van uit te maken (Welten, 2018)? Volgens Ilja is het ‘paradoxaal dat toeristen, die niets meer haten dan andere toeristen, massaal andere toeristen achternareizen.’

Aan het begin van de conversatie met Patelski vroeg Ilja of de intellectueel gelooft dat reizen de blik verruimt. Waarop hij antwoordde:

‘Ik geloof dat nadenken de blik verruimt.’ ‘Helpt reizen om na te denken?’ ‘Zoals op de vlucht slaan helpt om problemen op te lossen. Die problemen zijn leerzaam. De oplossing ervan zou rijping en vooruitgang impliceren. De vlucht is een poging om deze moeizame weg van verbetering van jezelf te mijden, maar omdat vluchten moeilijker is dan je denkt, levert de vluchtpoging tal van nieuwe problemen op, die op hun beurt leerzaam zijn. Op zo’n manier kan reizen nadenken stimuleren.’

Hoewel alle hedonistische escapisten zullen zeggen dat zij reizen om zich met henzelf te confronteren, zijn ze volgens Patelski op de vlucht voor zichzelf. Terwijl ze zeggen dat ze reizen om met interessante medemensen in contact te komen, is hun vlucht eigenlijk op henzelf betrokken en egoïstisch. Reizend zullen ze voor problemen worden gesteld waar ze wellicht wat van opsteken, maar ze zouden meer hebben geleerd als ze thuis waren gebleven en serieus hadden nagedacht over hoe ze het leven van hun buurvrouw hadden kunnen verbeteren. Het zou een uitstekend idee en een leerzame ervaring voor reizigers en toeristen zijn om in contact te komen met de lokale bevolking. Maar de op zichzelf gerichte avonturiers die zo trots zijn op hun verre reizen, hebben de tijd niet die er nodig is voor het tot stand brengen van het begin van een zinvol contact, want er moet worden gereisd. Echte wereldreizigers zijn ook helemaal niet uit op contacten en leerzame ervaringen, want die houden hen alleen maar op op hun missie om verder van zichzelf vandaan te vluchten.

Of we nu op zoek gaan naar een authentieke ervaring, ‘het ware leven’, plekken waar geen toeristen zijn of onszelf. Hoe harder we het proberen te zoeken hoe sneller we het dreigen te verliezen. Daar komt bij dat dark tourism, wat nu nog een enigszins authentieke ervaring lijkt te zijn, veel trekken van het kolonialisme overneemt. Verder kan het bezoek aan afgelegen stammen, waar zich geen toeristenoorden bevinden die berekend zijn op toeristen, sociaal ontwrichtend werken en aanspraak maken op de al schaarse goederen. En laten we het dan nog maar niet hebben over de schade aan het milieu dat reizen aanricht. Misschien is het helemaal zo erg nog niet om als reiziger deel van de toeristenmassa uit te maken en vinden we waar we naar opzoek zijn helemaal niet zo ver van huis.

Bronnen

– Bloem, W. (2002). Nederland raakt vol, met toeristen. De Volkskrant Geraadpleegd op 11 maart 2020 van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/nederland-raakt-vol-met-toeristen~b4db5701/
– De Botton, A. (2014). The Art of Travel (1st ed.). London, England: Penguin Books.
– CPNB. (2020). CPNB Top 100 2019. Geraadpleegd op 8 maart 2020 van https://www.cpnb.nl/nieuws/cpnb-top-100-2019
– Eurostat. (2019) Tourism in the EU, 2017. [Dataset]. Geraadpleegd op 11 maart 2020 van https://ec.europa.eu/eurostat/news/
themes-in-the-spotlight/tourism-2017
– Milokowski, F. (2015). ‘This is not a museum. People live here.’ De Groene Amsterdammer. Geraadpleegd op 25 februari 2020 van https://www.groene.nl/artikel/this-is-not-a-museum-people-live-here
– Palm, J. (2013). Toeristen, dat zijn de anderen. Trouw. Geraadpleegd op 1 maart 2020 van  https://www.trouw.nl/nieuws/
toeristen-dat-zijn-de-anderen~be04e1a1/
– Peeters, T. (2018). ‘Europa is het recreatiegebied voor de rest van de wereld’. De Tijd. Geraadpleegd op 11 maart 2020 van https://www.tijd.be/cultuur/
literatuur/europa-is-het-recreatiegebied-voor-de-rest-van-de-wereld/10076962.html
– Pfeijffer, I. L. (2018). Grand Hotel Europa (1e-3e druk). Amsterdam, Nederland: Uitgeverij De Arbeiderspers
– Welten, R. (2018). Wat ontvlucht u deze zomer? De Groene Amsterdammer. Geraadpleegd op 1 maart 2020 van https://www.groene.nl/artikel/wat-ontvlucht-u-deze-zomer
Lisanne van der Velden

Author Lisanne van der Velden

Lisanne van der Velden (1999) studies Clinical Psychology and is interested in the interaction between psychology and society.

More posts by Lisanne van der Velden